Het eerste jaar lisdoddeteelt; wat zijn de ervaringen?
Interview met Aen Age Jongbloed
Hoe kijk jij terug op het eerste jaar (2025)?
Het is even zoeken, het is iets nieuws voor ons en we zijn dus nog aan het leren. Het zaaien in april ging goed. Dit proces ging handmatig. Ik heb de lisdodden geplukt, uitgeplozen, vervolgens in bakken water gezet en deze buiten neergezet. Door de straling van de zon wordt het water warmer en beginnen de pluisjes te kiemen. Dan komen er hele kleine worteltjes aan. De pluisjes bevatten miljoenen zaadjes. Er is pluis van maar 6 – 7 lisdodden nodig om een hectare in te zaaien. De zaadjes incl. het water heb ik in een groot vat gegoten en daar nog wat extra water aan toegevoegd. Met behulp van een pomp is dit water (dus inclusief zaadjes) over het land gespoten.
Grondbewerking
We hebben eerst de grond lichtelijk gefreesd, dit wordt gedaan om de bodem te beluchten, onkruid en oude wortels te vernietigen, en de structuur fijn en los te maken voor het inzaaien. Zo ontkiemt het zaad goed in de grond. We hebben er een grondwal omheen gemaakt, daar een laag water met zaad van zo’n 10 cm in gedaan. Het zaad zakt vervolgens naar de bodem.
Groei
Toen was het spannend of er iets opkwam en dat lukte eigenlijk al best wel goed dit eerste seizoen. Misschien komt dat wel, omdat ik extra veel zaad heb gebruikt ten opzichte van andere stukken land waar lisdodden zijn ingezaaid. Toen het opkwam zag ik naast de lisdodden ook veel andere, onbekende grastypes. De hele zomer groeiden de lisdodden door. Met het pompje op zonne-energie zorgden we ervoor dat er steeds weer extra aanvoer van water was.
Bemesting
We hebben bemest met ruige mest van de eigen boerderij. Het bemesten gebeurt in het voorjaar of in de winter. Eerst is er bemest en daarna is er ingezaaid. In dit tweede jaar wordt er binnenkort weer bemest. Dan laten we eerst het water eruit lopen, de grond wat laten opdrogen, dan snel bemesten en vervolgens het water weer omhoog brengen.
Mijn idee en ervaring vs die van de experts
Ik had meteen dit eerste jaar wel veel meer lisdodden willen oogsten, maar volgens de experts is de opbrengst van het eerste jaar goed geweest. Het eerste jaar heeft de lisdodde nodig om te settelen en in het tweede jaar stoelt hij uit. Via wortelstokken breidt deze oeverplant zich snel uit.
Het veld is voor een deel gemaaid, want ook het maaien hoort bij dit experiment. De machine werd voor het eerst ingezet. Er is op zes verschillende plekken in Fryslân proefgedraaid, tot nu toe gaat het goed. Bij de andere velden (waar al langer lisdodden groeien) is de teelt het een succes.
Een deel van het veld is nu gemaaid en een deel niet. Mijn boerenhart zegt: ‘Alles moet eraf en het moet weer schoongemaakt worden, zodat we het jaar erop met een ‘frisse’ start verder kunnen en de planten volop kunnen groeien’. We spreken er nu met het projectteam over dat het misschien wel beter is om niet alles schoon te maken. De jonge lisdoddeplanten stoelen dan misschien juist wel beter uit. Ook dat is dus onderdeel van dit experiment.
Mijn ideaal is dat het veld in mei-juni vol staat met lisdoddes. Dan zouden we eens een excursie kunnen organiseren waar de mienskip meer tekst en uitleg kan verkrijgen.
3-jarige samenwerkingspilot
Aen Age neemt deel aan een consortium waar ook veenpolder de Hegewarren, bouwbedrijf Dijkstra-Draisma, provinsje Fryslân, Biosintrum, VIP NL en studio Tjeerd Veenhoven aan deelnemen. De kennis wordt onderling gedeeld. Doel: het ontwikkelen van biobased bouwmateriaal. De productieketen van lisdoddes wordt in het klein nagebootst.
- Bij Aen Age en de Hegewarden worden de lisdoddes geteeld.
- Bij de Hegewarren worden de lisdoddes gedroogd + fijngemaakt en versneden. Dan heb je de ruwe vezel.
- Daarna wordt het in Dokkum verwerkt tot plaatmateriaal.
Biobased bouwmateriaal
Samen bouwen we verder aan een circulaire, regionale keten voor biobased bouwmateriaal; in dit geval de lisdodde. Lisdodde helpt bij CO₂-opslag in bodem én product, draagt bij aan het beperken van bodemdaling in het veenweidegebied en hiermee kunnen nieuwe verdienmodellen voor boeren ontstaan. Door de verwerking dicht bij de teelt te organiseren, houden we transportstromen beperkt en ontstaat een lokaal beschikbare biobased grondstof voor de bouw.



