Cranberries gelden als superfood, de vraag groeit en in Nederland worden ze vrijwel volledig geïmporteerd uit Canada en de Verenigde Staten. Vaak zijn deze diepgevroren, intensief geteeld en niet biologisch. De Cranberry Company uit Gouderak was als pioniersbedrijf in Nederland al aan het ervaren en vertellen dat het een interessante teelt kan zijn in natte veenweidegebieden: biologisch, droog geoogst, met een hoge kwaliteit die aftrek vindt in horeca en speciaalzaken. Wie cranberries kan telen, heeft iets interessants in handen.

 

De kernvraag was dan ook niet of er vraag is, maar of cranberryteelt past in het veenweidegebied. Inspiratie kwam tijdens een werkbezoek aan De Cranberry Company in het Hollandse veenweidegebied, waar het er op leek dat de cranberries beter aansloegen langs waterkanten dan in open veld. Dat leidde tot een eigenzinnig idee: niet grote percelen, in één keer volplanten, maar teelt in stroken, langs greppels in natte zones. Het voordeel lag voor de hand: gebruikmaken van natte omstandigheden zonder het hele perceel om te vormen. De uitdaging ook: werken met een neventeelt in stroken vraagt om aanpassingen in het beheer. De stroken moesten met schrikdraad worden afgerasterd bij de weidegang. Bij het maaien vormde de afzetting juist weer een lastig obstakel. De jonge cranberryplantjes waren te kwetsbaar om met de zware maai- en harkmachines te worden beheer. Er is daarom nu in eerste instantie handmatig gemaaid met de bosmaaier. Voor een kleinschalig experiment prima, bij opschaling nauwelijks uitvoerbaar.

Eerste experiment

In het najaar van 2024 werden de cranberries aangeplant. Handmatig en met hulp van vrijwilligers.

Gedurende het groeiseizoen van 2025 werd steeds meer duidelijk dat de jonge aanplant minder goed aansloeg dan gehoopt. Op basis van de eigen ervaringen van de Cranberry Company was het advies de plantjes in rijen tussen het gras te planten. Het beeld ontstond echter dat het gras de jonge plantjes steeds meer leek weg te drukken. Juist in de zones waar de graszode vooraf wel was weggefreesd met de walfrees hielden de plantjes zich beter staande. Alle begin is moeilijk. Dat blijkt ook in dit geval maar weer eens. Niet alleen inhoudelijk, maar ook mentaal. Het werkt niet motiverend om 0,2 hectare grasland handmatig te maaien en harkent als er nauwelijks iets groeit. Toch werd het project niet gezien als een mislukking. Experimenten kunnen namelijk niet mislukken, als je er maar lessen uit trekt voor het vervolg.

 

Nu doorgaan

Op papier was experiment één mislukt. In de praktijk was het geslaagd als leerproces. De zones waar wel was afgeplagd, lieten zien dat de teelt kán werken. Dat geeft vertrouwen om door te gaan. Tegen de stroom in werd besloten om niet af te schalen, maar juist door te pakken. Experiment twee is groter opgezet, met betere voorbereiding, grotere planten en bodembedekking. Daarvoor is opnieuw subsidie aangevraagd en toegekend. Mislukken blijkt hier geen eindpunt te zijn, maar juist een stap vooruit.